Wat is er nieuw sinds 1 januari 2026 op vlak van fiscaliteit?
Bart Chiau & Solange Saghbini
Onze experten, Senior Estate Planner Bart Chiau en Senior Tax Planner Solange Saghbini zetten een en ander op een rijtje.
Verstrenging Vlaams verlaagd verkooprecht
Het verlaagd verkooprecht is een gunsttarief dat kopers van een enige en eigen woning toelaat om slechts 2% registratiebelasting te betalen in Vlaanderen, in plaats van het standaardtarief van 12%. De Vlaamse overheid wil hiermee vooral starters ondersteunen, maar vanaf 2026 zijn de regels strenger. Het tarief blijft enkel gelden voor wie een woning in volle eigendom koopt, volledig en uitsluitend door natuurlijke personen. Aankopen samen met een vennootschap of gesplitste aankopen in vruchtgebruik en blote eigendom vallen voortaan volledig onder het tarief van 12%. Kopers moeten zich binnen drie jaar inschrijven in de woning en daar minstens één jaar onafgebroken gedomicilieerd blijven. Bij een aankoop met verschillende personen worden de voorwaarden voor het verlaagd tarief per koper beoordeeld. Alleen de voorwaarde met betrekking tot de verwerving van het volledige goed geldt voor alle kopers samen.
Strengere voorwaarden gunstregime voor familiale ondernemingen en vennootschappen
Vanaf 2026 wordt het fiscaal voordeel voor de overdracht van familiebedrijven strikter. De Vlaamse overheid wil zeker zijn dat het voordeel alleen naar echte, actieve ondernemingen gaat. Daarom wordt residentieel vastgoed, zoals woningen en bouwgronden, uitgesloten van de gunstregeling. Alleen het deel van de onderneming dat echt economisch actief is, kan nog genieten van het verlaagde tarief in de erfbelasting (3 of 7%) of de vrijstelling in de schenkbelasting. Wie vanaf 2026 aandelen van een familiale vennootschap schenkt of erft, moet een officieel waarderingsverslag laten opstellen door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant waarin de waarde die slaat op het residentieel vastgoed wordt aangegeven.
Nieuwe singlevermindering in de erfbelasting
Voor mensen zonder partner en zonder kinderen bestaat er vanaf 2026 in Vlaanderen een nieuw verlaagd tarief. Als zij in hun testament één of meerdere personen aanwijzen, kunnen die samen tot 100.000 euro aan een lager tarief erven: 3% op de eerste 50.000 euro en 9% op de volgende 50.000 euro. Alles daarboven wordt belast aan de gewone, hogere tarieven. Dit maakt het fiscaal aantrekkelijker om een deel van de nalatenschap aan vrienden, verre familie of andere dierbaren na te laten. De vroegere vriendenerfenis (15.000 euro aan 3%) geldt alleen nog voor testamenten die vóór 2026 zijn opgesteld.
Grotere vrijstelling voor de langstlevende partner
De langstlevende partner krijgt vanaf 2026 in Vlaanderen een hogere vrijstelling van erfbelasting op roerende goederen: niet langer 50.000 euro, maar 75.000 euro. Dat betekent dat de eerste 75.000 euro aan spaargeld, beleggingen of andere roerende goederen volledig belastingvrij wordt geërfd. Deze vrijstelling geldt automatisch voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden die minstens één jaar samenwonen met een gemeenschappelijke huishouding. Dit levert een maximaal voordeel op van 3.750 EUR.
Meerwaardebelasting op financiële activa
De Arizona-regering is van plan om vanaf 1 januari 2026 een nieuwe taks op de meerwaarden op financiële activa in te voeren. Tot op heden gaat het nog steeds om een wetsontwerp dat nog volop in parlementaire behandeling is en nog niet in werking is getreden.
Voor meer duiding verwijzen wij naar onze vorige publicaties rond het tarief, de geviseerde financiële activa, de belastbare basis, rol van de bankinstellingen:
Belgische meerwaardebelasting 2026: regels, tarief en vrijstellingen en Meerwaardebelasting – wat gebeurt er vóór de publicatie van de wet?
Het is duidelijk dat sommige punten nog steeds een bron van onzekerheid vormen, met name de operationele uitvoering ervan en dat er mogelijks nog wijzigingen zullen worden aangebracht. Wij houden u op de hoogte over de verdere ontwikkelingen.
Jaarlijkse taks op effectenrekeningen
Zodra de drempel van 1 miljoen euro gemiddelde waarde overschreden wordt tijdens een bepaalde referentieperiode is de taks verschuldigd. Het is de bedoeling dat het tarief, dat momenteel 0,15% bedraagt, wordt verdubbeld tot 0,30% voor de referentieperiode die op 30 september 2026 afloopt. De basiselementen van de taks blijven ongewijzigd (belastbare grondslag, berekeningswijze, materieel en persoonlijk toepassingsgebied, ….). Voor meer details verwijzen wij u graag naar ons artikel De jaarlijkse taks op effectenrekeningen: toepassing en berekening
DBI-Bevek
Om de Belgische roerende voorheffing van 30%, afgehouden op dividenden, te kunnen verrekenen met de vennootschapsbelasting, moet de vennootschap die in het DBI-fonds belegt, gedurende het boekjaar van toekenning van deze dividenden aan ten minste één van zijn bedrijfsleiders een minimale bezoldiging (momenteel vastgesteld op 45.000 euro) toekennen.
Daarnaast is er ook een afzonderlijke taks van 5% (bijzondere aanslag via vennootschapsbelasting) verschuldigd op de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop van de aandelen van het DBI-fonds aan derden. De terugkoop van DBI-fondsaandelen zelf valt niet onder deze nieuwe taxatie.
Voor meer info DBI-fonds: een interessant alternatief voor individuele aandelen?
VVPR-bis en liquidatiereserve stelsels : harmonisatie van beide regimes
Via VVPR-bis en aanleg van liquidatiereserve kan een vennootschap liquiditeiten aan zijn aandeelhouders (natuurlijke personen) toekennen tegen een fiscaal verlaagd tarief mits respect van een bepaalde wachttermijn.
In het kader van liquidatiereserves is het nu mogelijk om de reserves toe te kennen na een wachttermijn van 3 jaar (vroeger: 5 jaar), net als onder het VVPR-bis-regime (wachttermijn vóór de eerste uitkering).
Bij de aanleg van de liquidatiereserve is de vennootschap 10% bijkomende vennootschapsbelasting verschuldigd. Dit wijzigt niet. Bij de toekenning daarentegen wordt de verschuldigde roerende voorheffing verhoogd naar 6,5% (vroeger: 5%), waardoor de totale belastingdruk bij uitkering 15% (vroeger: 13,64%) bedraagt.
Deze wijzingen gelden voor reserves aangelegd vanaf 1 januari 2026.
De regering heeft bovendien nog een nieuwe verhoging van de fiscale druk van 15% naar 18% aangekondigd. Op vandaag is dit echter nog niet concreet en zijn er nog geen wetteksten ter beschikking. We volgen dit onderwerp op en houden u op de hoogte over de verdere ontwikkelingen.