Aangifte personenbelasting: specifieke indieningstermijn
Solange Saghbini
Een grote meerderheid van de Belgische residentiële belastingplichtigen heeft, zoals elk jaar, tegen eind juni of midden juli 2026 haar aangifte voor de personenbelasting ingediend (voor het inkomstenjaar 2025).
Hebt u echter een vereenvoudigde aangifte ontvangen die moest worden aangepast door bepaalde specifieke inkomsten toe te voegen? Dan geldt een uiterste indieningsdatum van 31 oktober 2026, zowel voor uzelf als voor een eventuele mandataris, via Tax-on-web.
Voor wie geldt de specifieke indieningstermijn?
Deze termijn geldt onder meer voor belastingplichtigen die inkomsten hebben ontvangen als zelfstandige of buitenlandse beroepsinkomsten hebben genoten: winsten, baten, bezoldigingen van bedrijfsleiders, bezoldigingen van echtgenoten (of wettelijk samenwonenden) of andere buitenlandse beroepsinkomsten.
Hebt u vorig jaar (inkomstenjaar 2024, aanslagjaar 2025) het bestaan aangegeven van een juridische constructie in België of in het buitenland (bijvoorbeeld een trust), als oprichter of als begunstigde (code 1077-87)? Of hebt u in 2025 een dergelijke constructie opgericht of bent u sinds dit jaar begunstigde? Dan geldt deze verlengde termijn eveneens voor u.
Sinds twee jaar moet u bovendien, wanneer u een dividend of enig ander voordeel uit zo'n constructie hebt ontvangen, een specifieke bijlage bij uw belastingaangifte voegen (276CJC). Het niet aangeven hiervan wordt automatisch bestraft met een boete.
Tot slot komt u ook in aanmerking voor de verlengde indieningstermijn tot 31 oktober 2026 wanneer u dit jaar voor het eerst één van de volgende elementen moet aangeven:
- een onroerend goed in het buitenland;
- ontvangen of betaalde onderhoudsuitkeringen aan een persoon in het buitenland;
- een lening afgesloten in het buitenland;
- een bijzonder belastingregime voor ingekomen onderzoekers of ingekomen belastingplichtigen.
Voor een buitenlands onroerend goed dat niet wordt verhuurd of uitsluitend voor privédoeleinden wordt verhuurd, stelt de fiscus een kadastraal inkomen vast. Dat niet-geïndexeerde kadastraal inkomen moet vervolgens in de belastingaangifte worden opgenomen, net zoals voor een niet-eigen woning in België.
Dit inkomen wordt niet rechtstreeks belast, maar wordt wel mee in aanmerking genomen voor de bepaling van het belastingtarief op uw totale inkomsten. Dit wordt in fiscale termen de progressievoorbehoudregeling genoemd.
Meer informatie hierover vindt u in ons artikel: Tweede verblijf: welke fiscale en vermogensrechtelijke gevolgen?
Belangrijke aandachtspunten
Hoewel er voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) geen fundamentele wijzigingen zijn doorgevoerd in de fiscaliteit van uw beleggingen en spaargeld, geldt dat niet voor de fiscaliteit van kredieten.
Een belangrijke wijziging voor inkomstenjaar 2025 is dat het niet langer mogelijk is om interesten van vastgoedkredieten af te trekken van de onroerende inkomsten. De federale gewone interestaftrek werd afgeschaft.
Deze afschaffing geldt ook voor lopende kredieten en er werden geen overgangsmaatregelen voorzien.
Hieronder overlopen we enkele aandachtspunten die relevant kunnen zijn voor de fiscaliteit van uw beleggingen en spaargeld.
Vrijstelling voor een korf dividenden
Hebt u in 2025 dividenden ontvangen waarop Belgische roerende voorheffing werd ingehouden? Dan kunt u het bedrag van de terug te vorderen roerende voorheffing (en dus niet het bedrag van de vrijgestelde dividenden) opnemen in uw belastingaangifte onder codes 1437/2437 in vak VII betreffende inkomsten uit kapitaal en roerende goederen. Een bepaald bedrag aan dividenden kan namelijk via de jaarlijkse belastingaangifte worden vrijgesteld.
Voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) bedraagt de vrijgestelde schijf, net als vorig jaar, maximaal 833 euro. Hierdoor kunt u een belastingvoordeel genieten van maximaal 249,90 euro per belastingplichtige, wanneer de Belgische roerende voorheffing tegen het tarief van 30% werd ingehouden. Het terug te vorderen bedrag wordt afgetrokken van de verschuldigde belasting of terugbetaald wanneer er geen belasting verschuldigd is.
Bewijsstukken moeten ter beschikking worden gehouden van de fiscus in geval van controle, ook al moeten ze niet bij de aangifte worden gevoegd. Aangezien banken niet verplicht zijn om hiervoor een attest af te leveren, zullen rekeninguittreksels of andere bewijsstukken doorgaans volstaan. Hierop moeten onder meer de naam van de uitkerende vennootschap, het brutobedrag van het dividend, het toegepaste tarief van de Belgische roerende voorheffing en de datum van uitkering vermeld staan.
Voor dividenden die in het buitenland werden ontvangen en waarop geen Belgische roerende voorheffing werd ingehouden, volstaat het om ze niet mee te nemen in de vrijgestelde korf van maximaal 833 euro.
Zowel dividenden uit Belgische als buitenlandse aandelen komen in aanmerking. Dividenden afkomstig van beleggingsfondsen zoals beveks vallen daarentegen niet onder deze regeling.
U kunt zelf bepalen voor welke in aanmerking komende dividenden u de terugbetaling van de Belgische roerende voorheffing aanvraagt.
Taks op effectenrekeningen
Voor effectenrekeningen aangehouden bij een Belgische financiële instelling wordt de taks van 0,15% automatisch aan de bron ingehouden wanneer de gemiddelde waarde van de effectenrekening hoger ligt dan 1 miljoen euro. Deze inhouding heeft een bevrijdend karakter.
Voor de standaardreferentieperiode die eindigde op 30 september 2025 hebben de financiële instellingen de aangifte en betaling uiterlijk op 20 december 2025 uitgevoerd. U hoeft hiervoor dus niets meer te ondernemen.
Beschikt u daarentegen over effectenrekeningen in het buitenland, dan moest u zelf:
- de gemiddelde waarde berekenen;
- nagaan of de drempel van 1 miljoen euro werd overschreden;
- de verschuldigde taks berekenen;
- de aangifte indienen via een afzonderlijk papieren formulier;
- de verschuldigde belasting betalen.
Voor de referentieperiode die eindigde op 30 september 2025 moest deze betaling uiterlijk op 31 augustus 2026 gebeuren.
Buitenlandse rekeningen en individuele levensverzekeringen
Daarnaast bent u verplicht om in vak XIII, onder codes 1075 en/of 1076, de buitenlandse rekeningen te vermelden waarvan u of uw echtgenoot/wettelijk samenwonende titularis is.
Hetzelfde geldt voor individuele levensverzekeringen in het buitenland waarvan u of uw partner verzekeringnemer is.
Rechtstreeks in het buitenland ontvangen roerende inkomsten
Ontvangt u roerende inkomsten uit het buitenland, zoals dividenden of interesten, zonder tussenkomst van een Belgische financiële tussenpersoon en zonder correcte inhouding van Belgische roerende voorheffing?
Dan bent u verplicht deze inkomsten op te nemen in uw belastingaangifte, in vak VII "Inkomsten uit kapitaal en roerende goederen", punt A.2.b), doorgaans onder de codes 1444 en 2444. Deze codes hebben betrekking op roerende inkomsten die onderworpen zijn aan het standaardtarief van 30% Belgische roerende voorheffing.
Gerelateerde artikels
Investeren in een studentenkot
Erfenis en fiscaliteit
Artikel
Investeren in een studentenkot
Een zorgeloze toekomst? Die begint met een goed vermogensplan.
Erfenis en fiscaliteit
Artikel
Een zorgeloze toekomst? Die begint met een goed vermogensplan.
Last-minute successieplanning: Hoe bescherm je je erfgenamen en je vermogen als de tijd dringt?
Erfenis en fiscaliteit
Artikel