Conflict in het Midden-Oosten en een monetair dilemma – Sophie’s Choice
Christofer Govaerts
Tijdens een recent forum over Amerikaans monetair beleid (6 maart in New York) was Bestuurslid Isabel Schnabel van de Europese Centrale Bank (ECB) gastspreker aan Europese zijde. Haar lezing was getiteld Navigating inflation and employment in an era of supply shocks and AI. Heel wat actuele pijnpunten over de rol van monetair beleid kwamen aan bod. Welke keuzes moeten centrale banken maken bij soortgelijke schokken? Uiteraard wordt dan verwezen naar 2022 (heropening wereldeconomie post-covid) en eventueel ook naar de olieschokken van 1974 en 1979.
Een nuchtere 1ste analyse
Isabel Schnabel is op traditionele Bundesbank leest geschoeid; ze is dus een conservatieve havik en geen zachte duif. Dat bleek ook meteen uit haar nuchtere analyse. Om te beginnen ging ze in op het feit dat er meer en meer kritiek wordt geuit op het enkelvoudige mandaat van de ECB, d.w.z. de inflatie onder controle houden en niets meer. De FED daarentegen hanteert een duaal mandaat: zowel inflatiebeknotting als een zo groot mogelijke tewerkstelling zijn statutair als doelstelling vastgelegd. Schnabel stelde dat dit in de praktijk vaak tot identieke monetaire beslissingen leidt, maar dat men in geval van negatieve aanbodschokken (zoals vandaag met de explosie van energie prijzen) moet opletten.
In zekere zin heeft Schnabel gelijk. Een negatieve aanbodschok zet bedrijven ertoe aan om de gestegen kostenfactuur door te rekenen naar de consument en gaat vaak gepaard met lage of soms negatieve groei. Dat heet stagflatie, een stagnering van de economie die gepaard gaat met inflatie. Dit fenomeen is een dilemma voor beleidsmakers: om de inflatie te onderdrukken, grijpt men vaak naar het rentewapen, maar dat heeft negatieve implicaties voor groei en tewerksteling. Wil men daarentegen tewerkstelling en groei ondersteunen door de rente te verlagen, dan komen daar doorgaans nog meer inflatoire spanningen van. Kiezen tussen Scylla en Charibdis dus.
In 1974 en 1979 leidde de “zachte” rentebenadering effectief tot zeer hoge inflatie, mede veroorzaakt door het feit dat centrale banken toen voor het eerst met dit fenomeen werden geconfronteerd. De post-COVID periode was gelijkaardig, hoewel de oorzaak van de schok verschillend was met gigantische logistieke flessenhalzen wereldwijd. Centrale bankiers kunnen nog geld bijdrukken of de monetaire massa beperken, maar olie, gas of containers printen is uiteraard een ander paar mouwen.
Hoe lang is tijdelijk?
Een bijkomende uitdaging is de analyse van de schok en of die al dan niet van tijdelijke aard is. In de lente van 2022 trok de FED aanvankelijk stapsgewijs de rente op, gevolgd door een reeks sterke renteverstrakkingen van 50 tot 75 basispunten. De ECB kwam pas later in dat jaar in actie, terwijl de retoriek van “tijdelijk” redelijk lang standhield. Achteraf beschouwd had de ECB de situatie fout ingeschat en veranderde “tijdelijk” al snel in een sterke inflatieversnelling met een piek van 10% in oktober 2023, en een kerninflatie die eveneens een piek bereikte van bijna 6%.
Het komt erop neer dat wanneer de verwachting leeft dat een bepaald probleem niet van tijdelijk aard is (mogelijks nu Iran, destijds Oekraïne en Russisch gas), inflatieverwachtingen een eigen leven gaan leiden. Inflatie is met andere woorden onderhevig is aan het psychologische verschijnsel van de zelfvervullende voorspelling. In dat geval gaat de lange rente de hoogte in met negatieve gevolgen op bedrijsinvesteringen, bouwactiviteit, en kredietverstrekking in het algemeen. Tenslotte is ook de stand van de arbeidsmarkt (actueel lage werkloosheid, schaars aanbod van arbeid) van belang. De pandemie toonde aan dat werkgevers in deze omstandigheden sneller bereid zijn loonsverhogingen of bonussen uit te keren om werknemers te behouden of aan te werven, als de economie maar goed blijft draaien. En dat leidt uiteraard tot loon-prijsspiralen.
Brengt AI soelaas?
Schnabel concludeerde dat de huidige schok zelfs nog complexer is. Naast het beknotten van inflatieverwachtingen ten gevolge van de huidige energie schok, woedt er nog steeds een handelsoorlog en worden we geconfronteerd met het fenomeen AI. AI is van belang voor de toekomst van de inflatieverwachtingen en de arbeidsmarkt. De huidige consensus is dat AI op termijn voor een positieve aanbodschok kan zorgen en dus prijsdrukkend en groeibevorderend werkt door de technologische vooruitgang en efficiëntie. De impact op de arbeidsmarkt is minder duidelijk: slorpt AI banen op of worden arbeidskrachten elders ingezet met nieuwe taken? Op korte termijn kan AI alleszins inflatoir werken, door de gigantische investeringstoename voor datacenters, die de prijzen van AI-producten en -diensten omhoog kan duwen (schaarste van chips bv.), een fenomeen dat we nu al zien.
Dit lijkt overeen te stemmen met de analyse van Mary Daly (San Francisco FED, 23/02/26). Zij toonde aan dat we de positieve impact van AI op efficiëntie en productiviteit en de bijhorende prijsdalingen nog niet onmiddellijk observeren. Zij maakte de vergelijking met de ontwikkeling van elektriciteit en hoe lang het duurde vooraleer de industriële toepassingen werkelijk hun vruchten afwierpen in de vorige eeuw. Dit gold in zekere zin ook voor de hype rond telecom en het internet eind vorige eeuw: Uiteindelijk kwam die er wel, maar het duurde wel enkele jaren vooraleer de positieve effecten doorsijpelden in de economische kringloop.
Bronnen: