Nagelmackers maakt gebruik van cookies om uw surfervaring te verbeteren. Daardoor kunnen we beter voldoen aan uw behoeften en voorkeuren.
Wenst u meer informatie of weigert u het gebruik van cookies? Klik hier. Verdergaan op de website

Het verdelingsrecht

Het verdelingsrecht is een registratierecht dat verschuldigd is wanneer een onroerend goed dat aan verschillende personen toebehoort, wordt verdeeld.

Het verdelingsrecht is een registratierecht dat verschuldigd is wanneer een onroerend goed dat aan verschillende personen toebehoort, wordt verdeeld.

Dat kan het geval zijn bij de verdeling van een onroerend goed naar aanleiding van een echtscheiding. Maar dit geldt ook voor erfgenamen die in onverdeeldheid een onroerend goed hebben geërfd en dat onderling wensen te verdelen. Gezien het verdelingsrecht vaak verschuldigd is bij moeilijkere momenten, wordt het in de volksmond de “miserietaks” genoemd.

Tarieven

Het verdelingsrecht behoort tot de bevoegdheid van de Gewesten. In het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk gewest bedraagt het tarief van het verdelingsrecht 1%

In het Vlaamse Gewest besliste de Vlaamse Regering op 1 augustus 2013 om het verdelingsrecht van 1% naar 2,5% te verhogen, mits enkele sociale correcties.

Voor verdelingen die volgden n.a.v. een echtscheiding of stopzetten van een wettelijk samenwonen werd de heffingsgrondslag verminderd met 50.000 EUR (abattement). Deze vermindering kon zelfs met 20.000 EUR worden verhoogd per kind dat recht gaf op kinderbijslag.

Wat veranderde er in het Vlaams Gewest vanaf 31/12/2014 op het vlak van het tarief van het verdelingsrecht?

De Vlaamse Regering behield het tarief van 2,5% voor verdelingen, afstanden en omzettingen van vruchtgebruik, maar voor de partijen die gebruik konden maken van de vermindering van de heffingsgrondslag, werd het verdelingsrecht terug op 1% gebracht.

Het tarief van 1% zal dus opnieuw worden toegepast als de verdeling of de afstand gebeurt n.a.v. één van de volgende omstandigheden:

  1. een echtscheiding door onderlinge toestemming
  2. een echtscheiding op grond van een onherstelbare ontwrichting
  3. een beëindiging van de wettelijke samenwoning op voorwaarde dat de samenwoners tenminste één jaar ononderbroken met elkaar wettelijk hebben samengewoond. Het stopzetten van een feitelijke samenwoning geeft daarentegen geen aanleiding tot het toekennen van het verlaagd tarief van 1%.

In de hoger vermelde gevallen zal er echter geen recht meer zijn op het abattement.

Andere vormen van verdeling blijven onderworpen aan het tarief van 2,5%. Bijvoorbeeld een verdeling van een onroerend goed n.a.v. een overlijden of  een schenking.

Op welke waarde wordt het verdelingsrecht toegepast?

De heffingsgrondslag waarop het verdelingsrecht zal worden toegepast, hangt nog steeds af van het feit of de verdeling de onverdeeldheid doet ophouden of niet.

Het volgende voorbeeld illustreert dat:

Stel dat A, B en C ieder voor 1/3 een onroerend goed in volle eigendom bezitten.  De onverdeeldheid houdt op als A en B hun respectievelijk deel aan C "verkopen". De onverdeeldheid houdt niet op, als bijvoorbeeld enkel A zijn deel aan B of C verkoopt.

Als de onverdeeldheid ophoudt, dan is het verdelingsrecht opeisbaar op de waarde van de geheelheid van de goederen. 

Als de onverdeeldheid blijft voortbestaan dan is het verdelingsrecht opeisbaar op de waarde van de afgestane delen.

Wat is uw doelstelling? Praat erover met een Nagelmackers-adviseur. Samen stelt u een strategie op die u naadloos naar uw bestemming brengt.

Maak een afspraak