Nagelmackers maakt gebruik van cookies om uw surfervaring te verbeteren. Daardoor kunnen we beter voldoen aan uw behoeften en voorkeuren.
Wenst u meer informatie of weigert u het gebruik van cookies? Klik hier. Verdergaan op de website

21 augustus 2018

Obligaties noteren historisch gezien duur

Christofer Govaerts

Chief Strategist

Sinds 2008 hebben obligaties over het algemeen een schitterend parcours afgelegd en voor een aanzienlijk gemiddeld jaarlijks rendement gezorgd in legio portefeuille. Zelfs de meer risicovolle obligaties (bv. opkomende markten, bedrijfsobligaties en rommelobligaties) kunnen - met uitzondering van sommige tijdelijke uitschuivers - een behoorlijk rapport voorleggen over dezelfde periode. 

Schrijf je in op de nieuwsbrief

De hamvraag is dus: mogen we een gelijkaardig rooskleurig rapport verwachten in de toekomst? Blijven obligaties goedkoop? Of is het einde van de rit nabij?
Om de prijs van obligaties objectief te waarderen, hanteert men doorgans de volgende maatstaven:

Kredietrisicopremie

Hier kijkt men in welke mate mindere kwaliteit, dus een groter risico, proportioneel meer vergoed wordt. Dit wordt zowel toegepast op bedrijven (bv. rommelobligaties) als op meer risicovolle landen (cfr. recent Argentinië en Turkije, voor zowel politiek als economisch risico). Deze extra vergoeding wordt gemeten t.o.v. de vooropgestelde risicovrije rente (bv. Duitsland en de VS).

Liquiditeitspremie/termijnpremie

Hier is de interpretatie tweeërlei. Sommige obligaties zijn bij aankoop bijna per definitie ‘buy and hold’ tot de eindvervaldag. De emissieomvang is te klein en de secundaire activiteit na lancering zo goed als onbestaande. Daardoor is het bijna onmogelijk om de positie vroegtijdig te liquideren, tenzij aan een zware discountprijs. Dat risico zou dus vergoed moeten worden door een jaarlijkse vergoeding bovenop de normale coupon. De termijnpremie houdt in dat u als belegger in identiek papier, maar op een verschillende looptijd verschillend vergoed moet worden. Met een normale rentecurve zal de belegger die langer afstand doet van liquiditeit daar ook proportioneel jaarlijks meer voor vergoed worden. Dat houdt ook verband met de laatste waarderingspremie: inflatie.

Inflatiepremie

Het couponrendement van een normale niet-complexe obligatie ligt van bij de start vast voor de hele looptijd. Onze glazen bol vertelt ons echter niet met zekerheid in welke mate de inflatie de koopkracht over dezelfde periode zal uithollen. En het is uiteindelijk het reële rendement waarin u als belegger geïnteresseerd bent. Anders verwoord: hoeveel goederen en diensten zult u kunnen kopen met het totale eindkapitaal op de vervaldag door de intussen gestegen levensduurte?

Kijken we vandaag naar de risicovrije rente - zowel absoluut als gecorrigeerd na inflatie (1.5%-2.0%) - dan stellen we een aanzienlijk probleem vast. Enkel het Amerikaanse staatspapier geeft nog een aanvaardbare nominale rentevergoeding op lange termijn. In reële termen (gecorrigeerd na inflatie) is het kommer en kwel voor de belangrijkste globale leidinggevende rentes wereldwijd. En hoewel de rente in de VS al gestegen is, blijft zelfs deze in reële termen historisch laag (nauwelijks positief, zie 2de grafiek).

 

Hoe is het zo ver kunnen komen?

Monetair beleid post-2008

De VS en het VK, later Japan en de EMU, hebben monetair ontzettend expansief gewerkt. Eerst werden de leidinggevende kortetermijnrentes globaal op nul gezet (in sommige gevallen zelfs negatief, cfr. Japan, Zweden, de EMU en Zwitserland). Daarna kochten de centrale banken wereldwijd obligaties op, ook steeds meer langlopend papier, waardoor de langetermijnrentes een duik namen (cfr. kwantitatieve versoepeling of QE).

Kwantitatieve versoepeling (QE)

QE noopte investeerders wereldwijd tot toevlucht naar andere obligaties met een nog positief (reëel) rendement. Daardoor zakten de rentes ook bij niet-staatspapier.

Bovenstaande grafiek geeft weer in hoeverre het absolute rendement is geëvolueerd op verschillend hoogwaardig bedrijfspapier. Ook hier leert de grafiek ons dat we op historische dieptepunten zijn aanbeland. Het rendement in Europa is negatief na de correctie voor inflatie. Herhalen we de oefening voor rommelpapier of papier van opkomende markten, dan is de situatie iets beter. Maar vanuit historisch oogpunt flirten we ook daar nog altijd met uiterst lage nominale en reële rendementen.

Besluit: Investeren is vergoed worden voor risico, niet betalen voor risico

Een obligatiecouponrendement is in normale omstandigheden de som van volgende componenten in basispunten (x%): krediet-/landenrisico, termijnpremie, liquiditeitspremie en inflatiepremie.
Kijken we naar reële rendementen (inflatiepremie), dan stellen we vast dat het gros van obligaties op dit ogenblik in een breed globaal gamma een negatief of in het beste geval nauwelijks positief reëel rendement genereren. Daardoor staan de andere vermelde risicocomponenten gratis/negatief geprijsd. Risico wordt dus niet correct vergoed.
Vandaag houden obligatiebeleggers er beter rekening mee dat het verwachte rendement met een horizon van vijf jaar of langer mogelijk weinig soeps zal zijn. De afgelopen jaren was het gerealiseerde rendement eerder gefocust op kapitaalwinsten en niet zozeer op couponrendement. Een omgekeerde wereld als resultaat van experimenteel monetair beleid. Nu centrale banken langzaam maar zeker de exit opzoeken, liggen er voor obligatiehouders – na zeven vette jaren – waarschijnlijk zeven magere in het verschiet. 

 


 

Blijf op de hoogte


Bekijk de privacy verklaring.

Ik ga ermee akkoord om via e-mail commerciële informatie te ontvangen van Bank Nagelmackers nv.

Wat is uw doelstelling? Praat erover met een Nagelmackers-adviseur. Samen stelt u een strategie op die u naadloos naar uw bestemming brengt.

Maak een afspraak