Maak een afspraak

9 april 2020

Duitsland en Europa na WO II: De verschillende gezichten van solidariteit doorheen de tijd

Christofer Govaerts

Chief Strategist

Een korte terugblik

Schrijf je in op de nieuwsbrief

1945 – 1970: ‘Wirstschaftswunder’ – het Duitse mirakel neemt vorm

Het Duitse mirakel nam een aanvang in 1948 onder het leiderschap van Konrad Adenauer en zijn  minister van economie Ludwig Erhard. Na de oorlog was het compleet vernietigde Duitsland de grote verliezer. Maar al snel zal Duitsland de nieuwe economische locomotief worden van Europa. En het stond zelfs als peetvader mee bij de doop van de Europese Gemeenschap (1951-1954-1957 verdrag van Rome).

Duitsland is altijd al een natie geweest van creatieve geesten, wetenschappers en ingenieurs. Maar er was echter meer nodig om dit mirakel zo snel tot stand te brengen. In 1948 lanceerden de Amerikanen het Marshallplan (1948-1951). 

Hierbij werd er zo’n slordige 12 miljard USD aan economische hulp gepompt in de West-Europese economie (equivalent aan 128 miljard huidige USD).   Alleen gaat voor niets de zon op en eiste de VS-regering een quid pro quo: enerzijds een halt toeroepen aan het opkomende communisme in Europa (Frankrijk/Italië) met een sterke natie aan de oostgrens. Anderzijds kregen de Amerikaanse multinationals nu gemakkelijk toegang tot de Europese markt.

Het was eigenlijk het einde van een tijdperk (VS splendid isolation – tot een zekere Donald Trump aan de macht kwam). Het Marshallplan verdeelde het geld over 18 Europese landen. De grootste begunstigden waren het VK (26%), Frankrijk (18%) en Duitsland (11%). Deze Amerikaanse ‘solidariteit’ was dus een stevige duw in de rug voor de Europese heropbouw. En dus ook een extra steun voor de Duitse heropbouw.

1990: ‘Die Wiedervereinigung’ – De Duitse eenmaking

Na de val van het ijzeren gordijn kwam de Duitse hereniging in een stroomversnelling onder leiding van Helmut Kohl. Dit project was zowel vanuit politiek als economisch standpunt gedurfd en gigantisch van omvang. Vanuit politiek standpunt werd er initieel wat aarzelend gereageerd op de creatie van een nog grotere gigant, met WO I en II in het achterhoofd. Vanuit economisch standpunt was de hereniging een opdracht van Herculesomvang.

Een programma van privatiseringen werd opgestart (Treuhand Anstalt, 14,000 t.e.m. 1994), waarbij dus eerst een tsunami van korte termijnpijn moest geduld worden alvorens de eerste vruchten zich afwierpen. In de eerste twee jaren na de hereniging was bijvoorbeeld het industrieel productie niveau in het voormalig Oosten gekrompen met maar liefst 73%.  De opbouw van een nieuwe sociale welvaartsstaat vereiste onder meer wetgeving naar de arbeidsmarkt toe, werkloosheidsverzekering, munt conversie van Oost Marken in Duitse Marken etc. En dit werd dan nog eens verwezenlijkt met de Maastricht (1991) en EMU agenda (1999) op de achtergrond.

In de periode 1990-1993 ging Duitsland in recessie. Men mag ook niet vergeten dat deze hereniging heel wat budgettaire offers vroeg van de rijkere Westerbuur ter financiering van de wedergeboorte van het voormalige Oosten. Maar Fritz und Friedl slaagden in hun opzet met brio, sneller dan verwacht. De conjunctuurcyclus werd wel iets gematigder post-hereniging maar dat was een politieke prijs die men bereid was te betalen. Duitsland kreeg bij de aanvang van EMU zelfs even de minder fraaie aanspreektitel van ‘de zieke man van Europa’. Gelukkig kwam de natie terug op kruissnelheid in 2006, net op tijd om de Europese rots in de branding te zijn bij het uitbreken van de Grote Crisis in 2008 en het hoofd te bieden aan de eurozonecrisis die daar op volgde. 

Duitsland en Europa tijdens de eurozonecrisis 2011-2012 – Quid nunc ?

De eurozonecrisis 2011-2012 was gefocust op Griekenland en de periferie, maar ook in zekere mate op België en Frankrijk. De brand werd uiteindelijk geblust door de ECB en de historische ‘Whatever it takes – de hommel en de bij’-speech van Mario Draghi (Londen 26/07/12).

Gedurende deze periode kreeg Europa heel wat kritiek te verduren, zowel vanuit interne als externe hoek. Eerst en vooral bleek wederom dat de politieke eenmaking van Europa nog niet gerealiseerd was, waardoor de orkestleden ook pas laat dezelfde noten  speelden.

Ook werd er heel wat kritiek geuit op de harde aanpak naar Griekenland toe waarbij de klok stevig in de tijd werd teruggedraaid. Duitsland en enkele kernlanden werd een gebrek aan empathie en solidariteit verweten.   (Nota: Het Griekse debat was uiteraard meer complex dan zwart/wit, maar we laten dit nu even terzijde.)
Enkele van die euvels van toen komen nu terug naar boven, vooral het trage politieproces bij een crisisaanpak. Maar voor we hier dieper op ingaan, behoeft het concept ESM enige uitleg.

ESM (2012) – huidig coronadebat

Het Europese Stabiliteit Mechanisme (ESM) kwam tot stand in september 2012. Het verving twee tijdelijke EU financieringsprogramma’s, namelijk het EFSF (European Financial Stability Facility) en het EFSM (European Financial Stability Mechanism).

Net zoals een centrale bank de laatste toevlucht is voor banken met liquiditeitsproblemen, doet het ESM iets gelijkaardigs met noodleningen aan EMU-lidstaten in crisistijd.Het ESM heeft daar in zijn arsenaal verschillende instrumenten toe ter beschikking: soevereine bail-out leningen (reddingsplannen), leningen ter herkapitalisatie, steunprogramma’s voor de primaire en secundaire obligatiemarkt ten tijde van liquiditeitsschaarste en assistentie bij prudentieel macro-beleid.

Het ESM was eigenlijk de logische overstap – wettelijk geregeld – om de ECB in een later stadium groen licht te geven over te gaan naar de QE (aankoopprogramma’s van staats- en bedrijfsobligaties).  Het ESM is tot dusver eigenlijk redelijk gematigd in omvang (zeker relatief beschouwd ten opzichte van gelijkaardige mechanismes elders in de wereld). Maar ook – en tevens zeer belangrijk voor het huidige debat – werd het ESM destijds eigenlijk geconcipieerd als ‘tijdelijke’ noodoplossing, geen permanent mechanisme.

% kapitaalsleutels ESM-lidstaten 
(totaal maximum kapitaal  700 miljard EUR – 80 miljard gestort kapitaal)

Vandaag draait het EMU-debat rond corona-obligaties rond 2 keuzes:

- Landen die een aanpak verkiezen via ESM onder huidige vorm en met voorwaarden eraan verbonden. 
- Landen die de vier musketiers naar voren schuiven: één voor allen en allen voor één, maakt niet uit wie, hoeveel lidstaten en voor welk bedrag/welke kost eraan verbonden is (Randvoorwaarden ?).

De onderstaande grafiek toont in zekere zin aan waarom er momenteel een tweespalt is binnen de lidstaten. Het vrijbuitersprobleem duikt hier namelijk mogelijkerwijze op, waarbij de ‘goede’ leerlingen van de klas plotseling iedereen gaan moeten meenemen onder één paraplu en dus potentieel een stevige duit in het zakje gaan moeten doen. Dus non-orthodox geformuleerd: de slechte leerlingen hebben naar de toekomst toe geen incentive om lid te worden van het clubje der spaarzame leerlingen.

Nu heb ik alle begrip voor dit standpunt maar de huidige coronacrisis is wel van een uitzonderlijk, ander kaliber.  Akkoord, strikte regels dienen na de crisis afgesproken te worden. Maar ik ben tevens de mening toegedaan dat de huidige klap ook een nieuwe aanpak vergt. Indien er ooit in de geschiedenis een moment is geweest voor een solidair financieringsproject, dan denk ik dat dit vandaag de dag gerechtvaardigd is.

Wie gaat dat betalen en wie gaat die obligaties kopen? Goede vraag. Indien noodzakelijk dan stappen de grote instellingen zoals ECB en EIB wel op de voorgrond. En binnen 50 jaar wordt de schuld misschien vergeven/vernietigd of via inflatie gereduceerd. Jean-Luc Dehaene zei ooit: “we zullen dat probleem aanpakken wanneer het zich stelt.” Dit is uiteraard niet de meest visionaire aanpak, noch sociaal gerechtvaardigd vanuit het inter-generationele standpunt. Maar vele opties zijn er ook niet vandaag.  Dus Mutti Angela (ex-DDR) zal de komende uren knopen moeten doorhakken. Opnieuw.

Blijf op de hoogte

Door in te schrijven op de newsletter van de bank worden uw persoonsgegevens verzameld door Bank Nagelmackers nv, verantwoordelijk voor de verwerking, met maatschappelijke zetel in de Sterrenkundelaan 23 te 1210 Brussel, ondernemingsnummer 0404.140.107. Tenzij u hier niet akkoord mee gaat, kunnen die gegevens verwerkt worden voor marketingdoeleinden op basis van de rechtmatige belangen van de bank (vrije ondernemerschap en direct marketing). Voor bijkomende informatie kunt u de Privacyverklaring van de bank raadplegen in alle kantoren van de bank of via nagelmackers.be/nl/privacy.

Om u die commerciële aanbiedingen via e-mail te kunnen doorsturen, heeft de bank ook uw voorafgaande toestemming nodig. Die toestemming is echter niet eindeloos geldig. U kunt ons steeds op de hoogte brengen wanneer u geen reclame meer wenst te ontvangen via e-mail, door u via e-mail uit te schrijven van onze marketinglijst.

Indien u uw toestemming niet geeft, ontvangt u geen commerciële aanbiedingen via e-mail voor de financiële producten en diensten die de bank commercialiseert.

Ik verklaar hierbij kennis genomen te hebben van het bovenstaande en geef de bank toestemming om mij haar commerciële aanbiedingen via e-mail te sturen.

Ik begrijp bovendien dat ik het recht heb om mij te verzetten tegen de verwerking van mijn persoonsgegevens voor direct marketingdoeleinden.

Wat is uw doelstelling? Praat erover met een Nagelmackers-adviseur. Samen stelt u een strategie op die u naadloos naar uw bestemming brengt.

Maak een afspraak